Mensen in detentie daadwerkelijk als mens tegemoet treden, detentieschade voorkomen en een bijdrage leveren aan herstel: het gebeurt in tal van nieuwe en al wat langer lopende projecten waarmee diverse organisaties proberen iets positiefs te doen in de gevangenis. Een selectie hiervan komt aan bod in een themanummer van Sancties dat op 10 juni on line verscheen. 

In zijn inleiding op het aan deze vragen gewijde themanummer gaat Max Kommer in op de overwegingen en keuzen van de redactie.

Als eerste volgt dan een uitgebreid artikel over een van de Nederlandse initiatieven die zijn gebaseerd op het Amerikaanse concept Inside Out. Hierbij bezoeken studenten en hun docenten gedurende een periode van twee maanden wekelijks een penitentiaire inrichting, waar ze met gedetineerden samenwerken in de setting van een cursus. Ze doen zo niet alleen kennis op over criminologische onderwerpen, maar vooral ook over elkaar en elkaars perspectieven. Elanie Rodermond en Anne-Marie Slotboom beschrijven hoe dit in zijn werk gaat, en vooral hoe de deelnemers in detentie zich erkend voelen, gehoord en gezien. Dit onderwijsprogramma is expliciet niet gericht op het voorkomen van recidive, en zelfs niet op het verminderen van detentieschade, maar het is duidelijk dat het wel bijdraagt aan het scheppen van voorwaarden daarvoor.

Het Huis van Herstel Twente (HvHT), een innovatief detentieconcept dat is gericht op het optimaal voorbereiden van de deelnemers op hun terugkeer in de samenleving, bestaat al sinds 2021 maar is in dit blad nog niet eerder aan de orde geweest. Een goede reden om dat nu wel te doen is dat recent een beschrijvend onderzoek verscheen dat enig inzicht geeft in de resultaten die hier bereikt worden. Marije Valenkamp en haar medeauteurs baseren hun bijdrage op dat onderzoek. Het blijkt dat de wetenschappelijk stevig gefundeerde benadering van het HvHT, uitgewerkt in twaalf heel concrete en onderling samenhangende elementen, eraan bijdraagt dat bijna al degenen die via deze detentievorm uitstromen, hun ‘basisvoorwaarden’ op orde hebben. En dat zou natuurlijk moeten bijdragen aan een geringere kans op recidive.

Problematische schulden zijn voor veel gedetineerden een belemmering bij het weer oppakken – en anders inrichten – van hun leven bij terugkeer in de samenleving. Maar ook tijdens detentie kunnen ze het leven onnodig zwaar maken. Zo vroeg mogelijk beginnen met het in kaart brengen en het aanpakken ervan, of op zijn minst de voorwaarden daarvoor scheppen, is dan ook zonder meer nuttig. Gercoline van Beek en haar medeauteurs laten in hun bijdrage zien hoe groot de impact van schulden is en hoe complex de aanpak – en hoe een aantal initiatieven de weg wijst naar succes.

Het nog in ontwikkeling zijnde project ‘Herstelmaatjes’, in dit themanummer belicht door Niek Giesen en coauteurs, combineert relatief nieuwe inzichten uit het herstelrecht met de langjarige ervaring van de ‘maatjesprojecten’ van Humanitas. Hier ondersteunen vrijwilligers mensen die vastlopen in de samenleving – of die daar door detentie enige tijd uit worden gehaald – met persoonlijke aandacht en praktische hulp. De auteurs beschrijven de concrete gang van zaken in de kleinschalige setting (één PI) waarin het project van start is gegaan en schetsen daarnaast het beoogde toekomstperspectief. Ze besteden daarbij ruimschoots aandacht aan de theoretische onderbouwing en de uitwerking daarvan in de ontwerpcriteria voor het project en concrete handvatten voor de herstelmaatjes zelf.

Een al jarenlang lopend programma is dat van Blocknotes, waarbij schrijfgroepen voor gedetineerden een vrijplaats vormen waarin zij hun gedachten en gevoelens op papier kunnen zetten en vervolgens bespreken. Het is een initiatief van schrijfster Christine Otten en zij is ook de auteur van de eerste bijdrage vanuit de praktijk in dit themanummer. Doel en opzet van de schrijfgroepen worden uiteengezet, en we krijgen een inkijkje in de praktische gang van zaken op een manier en met woorden waarmee de auteur duidelijk maakt hoe belangrijk ‘eigenaarschap’ van de taal is, en hoe het schrijven van fictie – voor de meeste deelnemers aan het project een volstrekt nieuwe ervaring – leidt tot zelfinzicht, persoonlijke groei (empowerment) en daarmee een mogelijke aanzet tot een ander leven na detentie.

Een tweede bijdrage vanuit de praktijk is die van Marijke Drogt. Zij laat zien hoe lastig het is om wetenschappelijke kennis om te zetten in een voor de werkvloer bruikbaar instrument – in dit geval een trainingsmodule voor medewerkers van justitiële jeugdinrichtingen die hen handvatten zou moeten geven om inzichten rond procedurele rechtvaardigheid en zelfdeterminatie in de praktijk te gebruiken – en vervolgens dat instrument ook op die werkvloer geaccepteerd te krijgen. Nu kan betoogd worden dat de omstandigheden niet optimaal waren – een korte doorlooptijd om iets te bedenken en te ontwikkelen en maar één gelegenheid om de twee delen van die module in de praktijk te brengen – maar de observaties die dit project oplevert zijn beslist herkenbaar, en nuttig voor wie iets wil bijdragen aan professionalisering op de werkvloer.

Niet het oplossen van (financiële) problemen als gevolg van detentie maar het voorkomen daarvan staat centraal in het project ‘zelfmelders’, waarin diverse instanties in de drie noordelijke provincies samenwerken om al voorafgaand aan detentie de kans op schadelijke gevolgen te verkleinen. Op basis van beschrijvingen, een onderzoek door de Universiteit Groningen en een interview met enkele betrokkenen schetst Max Kommer wat er gebeurt, wat er bekend is over de effecten en hoe die nog wat versterkt en verder verbreed kunnen worden.